Ravioli met rode biet

Ravioli met rode biet

Ravioli maken, lijkt misschien een immens werk, maar toch is het de moeite om eens te proberen.  De pastakussentjes kan je vullen met je favoriete vulling:  vlees, vis, kaas of groenten en serveer je met een saus of een lekkere pesto.  Ik maak van mijn pasta maison een feestelijke versie  en vul mijn smakelijke ravioli met rode biet, Ricotta en Parmezaanse kaas.  Serveren doe ik ze met een overheerlijke walnootpesto en waterkers.  Een explosie van smaak waarmee zeker gaat scoren bij je tafelgenoten.

Tips:
Ik gebruik een deegrol om mijn deeg uit te rollen en een ronde uitsteekvorm om mijn ravioli vorm te geven.  Bij de betere kookwinkels kan je een pastamachine en raviolimaker kopen die wellicht heel handig zijn, maar ik doe het graag op de traditionele manier.

De bieten kan je koken, maar ik rooster ze veel liever zodat de volle smaak bewaard blijft.  Dit kan je trouwens perfect op voorhand doen.

Wat heb je nodig voor 4-tal personen:

Pasta:
3 eieren
300 g bloem (type 00, doppio zero, bloem voor pasta)
zout

Vulling:
2 kleine rode bieten
olijfolie
verse tijm
250 g ricotta
150 g Parmezaanse kaas
beetje paneermeel
1 teentje look
vers gemalen, zwarte peper
grof zout

Walnootpesto:
130 g walnoten
200 g verse kruiden (ik koos voor 100 g peterselie en 100 g basilicum)
100 g geraspte Parmezaanse kaas
60 ml olijfolie extra vergine
1 teentje knoflook
citroensap van ongeveer 1 citroen
grof zeezout
vers gemalen zwarte peper

Afwerking:
Parmezaanse kaas (naar smaak)
olijfolie
1 bosje waterkers

Hoe maak je het:
Verwarm de oven op 180°C.  Was de bieten met de schil en dep ze droog.  Leg velletjes aluminiumfolie klaar en leg op elk velletje een bietje.  Bestrijk de bietjes met olijfolie, wat peper en zout en een takje verse tijm.  Vouw de pakketjes dicht en leg ze in de oven.  Laat ze gaar roosteren in de oven.

Weeg de hoeveelheid bloem af en leg deze in een hoopje op je werkvlak.  Strooi ook wat zout bij de bloem.  Maak in het midden een kuiltje en breek er de eieren in.  Kluts de eieren met je vinger en voeg telkens een beetje bloem bij de eieren.  Kneed met de handen tot een egaal deeg.  Het lijkt in begin heel droog, maar geloof me, het komt helemaal goed.  Je kan dit werkje trouwens ook door een keukenmachine laten doen, maar ja … ik kan het weer allemaal zelf!  Pak het bolletje deeg in met vershoudfolie en laat het rusten in de koelkast voor minstens een half uur.

Tijd genoeg om andere dingen te doen.  Haal de gare bieten uit de oven en laat ze afkoelen aan de kant.  Maak ondertussen de walnootpesto.  Neem hiervoor de blender erbij en voeg daarin: de geroosterde walnoten, stukjes Parmezaanse kaas, de gepelde look en de verse kruiden.  Schenk er ten slotte de olijfolie bij en mix alles tot een gladde pesto.  Voeg het sap van de citroen toe en kruid de pesto met een snuifje zout en wat zwarte peper van de molen.

Mix de gare bieten tot een gladde massa, meng er de ricotta, de gemalen Parmezaanse kaas en de fijngesnipperde look onder.  Breng op smaak met peper en zout en voeg met paneermeel toe om een vastere vulling te krijgen.

Tijd voor het zware werk … of gebruik gewoon een pastamachine).  Verstuif wat bloem over je werkblad.  Verdeel het deeg in 2 gelijke delen. Het is makkelijker om 2 kleine delen uit te rollen. Rol elk deel uit met de deegrol.  Het deeg moet uiteindelijk flinterdun zijn.  Gebruik een uitsteekvorm (7 cm) om rondjes uit te steken.  Voor elke ravioli heb je 2 rondjes nodig.  Leg op de helft van de rondjes een hoopje vulling. Dek toe met een ander rondje.  Druk zoveel mogelijk lucht uit het rondje en duw de randen van de rondjes toe met behulp van een vork.

Breng een ruime hoeveelheid water met zout aan de kook en kook de verse ravioli’s gaar in het kokende water.  Wanneer ze boven komen drijven zijn ze ongeveer klaar.

Warm wat olijfolie op en bak de gare ravioli’s met een beetje kookvocht.
Serveer met de walnootpesto, verse waterkers en nog geraspte Parmezaanse kaas.

Dit is het werk meer dan waard … zàààlig! Smakelijk.

Liefs,

image_pdfimage_print

Leave a Reply